Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

De Ontvoering

Ik werd wakker van de zon, die op mijn gezicht brandde. Ik probeerde om me heen te kijken, maar werd verblind door het felle licht. Misschien als ik recht op ging zitten. Ik lichtte mijn hoofd van de grond, wat direct afgestraft werd door een helse, stekende pijn in mijn voorhoofd. Ik liet mijn vingers over de plek glijden waar de pijn vandaan kwam. Schijnbaar was mijn voorhoofd opgefleurd met een grote bloedende bult. Ik moest uit de zon zien te komen, anders zou ik alleen maar sneller uitdrogen. Ik draaide op mijn zij, waardoor ik een beetje om me heen kon kijken. Niet ver bij me vandaan stond een groep bomen, die samen voor een grote plek met schaduw zorgde. Hoe ging ik daar komen? De wond op mijn voorhoofd zorgde nog steeds voor een helse pijn, dus lopen was onmogelijk. Misschien kon ik er kruipend heen. Ik draaide nog een keer, zodat ik op mijn buik kwam te liggen. Met mijn armen probeerde ik mijn bovenlichaam van de grond te tillen, maar werd geveld door een pijnscheut in mijn rug. Wat was er met me gebeurd. Waar was ik überhaupt? Dat was voor latere zorg. Eerst moest ik uit die brandende hitte zien te komen en kruipen was dus ook geen optie. Tijgeren dan maar. Met elke centimeter die ik vooruit kwam, nam de pijn in mijn lichaam toe. Een kwartier later had ik de schaduwplek eindelijk bereikt en bleef ik uitgeput liggen. Ik voelde de energie uit mijn lichaam stromen. De weinige geluiden die ik hoorde ebde weg. Mijn oogleden werden zwaarder en zwaarder en ik viel in slaap.\r\n\r\n“Help ons!”, klonk een vrouwenstem vaag in de verte. “Help ons!”, klonk het weer, maar nu dichterbij. “HELP ONS!”, schreeuwde de vrouwenstem in mijn oor. Ik schrok wakker en schoot overeind. Ik keek in het rond, op zoek naar degene die geschreeuwd had, maar de kamer was leeg. De kamer? Was ik net niet onder een groep bomen in slaap gevallen? Was het mijn onderbewust zijn geweest die geroepen had? De pijn in mijn lichaam was weg. Ik voelde met mijn hand aan mijn voorhoofd. De bult en wond waren ook verdwenen. Ik observeerde de kamer nog een keertje. Het leek op een slaapkamer voor een jongetje. De muren waren behangen met een groenkleurig behang met kleine voetballetjes erop en op ooghoogte zat, rondom de hele kamer, een strook met allemaal verschillende balletjes. In de hoek van de kamer stond een bureautje met een grote stapel stripboeken en tekenspullen. Aan de andere kant van de kamer stond een kledingkast, met op een van de deuren een grote spiegel. Het bed, waarin ik lag, stond onder een raam en was opgemaakt met een Mickey Mouse dekbed en een Donald Duck kussensloop. Ik stapte uit het bed en liep naar de kledingkast. Iemand had mijn kleding verwisseld, want ik droeg nu een grijze pyjamabroek met een shirt van Spongebob Squarepants. Ik trok de deuren van de kledingkast open. Verdeeld over de planken lagen twaalf dezelfde setjes kleding. Grijze pyjamabroek, shirt van Spongebob Squarepants, wit hemd, witte onderbroek en een wit paar sokken. Waar de fuck was ik beland? Ik liep naar de deur van de kamer, maar die zat op slot. Ik rende naar het raam. Buiten was het zwart. Niet donker, maar zwart. De maan was nergens te bekennen en geen enkele ster was zichtbaar. Behalve de muren van het huis was er niks. Zelfs direct naast de muur was geen grassprietje zichtbaar. Met alle kracht die ik in me had, trapte ik tegen het raam. Alsof het raam van rubber was, werd ik met dezelfde kracht naar de andere kant van de kamer gelanceerd. Ik zat opgesloten in deze kamer. Ineens bedacht ik me, dat ik misschien gewoon op de deur moest kloppen. Ik besloot het te proberen en liep naar de deur toe. Ik klopte drie keer. Geen reactie. Ik klopte nog drie keer, maar nu harder. Nog steeds geen reactie. Ik draaide me om en schopte drie keer met mijn hak tegen de deur. Het bleef stil aan de andere kant van de deur. Ik besloot nog een keer om al mijn kracht in een trap te steken. Luid krakend brak de deur open. De deur was nog maar half open, of ik voelde een stroomschok door mijn lichaam trekken. Ik ving nog een glimp op van een grote, zwarte leegte, waar her en der kleine kubussen rond zweefde, voor ik mijn bewustzijn verloor.\r\n\r\n“Word wakker eikel!”, er porde iets in mijn zij. Ik opende mijn ogen en keek recht in drie grote gele ogen. Een pluizig, roze wezentje zweefde vlak boven mijn hoofd.\r\n“Ja, daar is ie weer”, zei het wezentje met een lage stem.\r\n“Denk je dat hij ons kan helpen?”, klonk een hoog stemmetje links van me. Ik draaide mijn hoofd en zag nog een zelfde wezentje.\r\n“Tuurlijk, waarom zou Ralf hem anders bij haar weg gehaald hebben?”, klonk het rechts van me. Ik draaide mijn hoofd naar rechts. Nog zo’n wezentje.\r\n“Waarom noem je mijn naam?”, zei het wezentje boven me.\r\n“Wat maakt het uit joh!”, het wezentje links van me. “Hoi, ik ben Maria”, ze wees op het eerste wezentje, “dat is mijn man Ralf en dat daar is mijn zusje Sofia.”\r\n“Houd je smoel trut! Straks werkt hij voor haar!”, riep Ralf.\r\n“Voor wie?”, vroeg ik.\r\n“Voor die heks die ons ontvoert heeft”, zei Maria.\r\n“Ontvoert?”\r\n“Yep, welkom in de eeuwige leegte”, zei Sofia.\r\n“De eeuwige leegte?”\r\n“Je bent wat traag van begrip of niet?”, zei Ralf.\r\n“Doe eens niet zo onaardig Ralf”, zei Maria.\r\n“Dat bepaal ik zelf wel.”\r\n“De eeuwige leegte is een soort van niemandsland, een grote zwarte leegte met kleine kubussen waar zich een verhaal af speelt”, legde Sofia uit. “Je moet het eind van de kubus halen, maar vergis je niet, wat een kleine kubus lijkt, kan een groot verhaal zijn.”\r\n“Klinkt als een spelletje”, zei ik.\r\n“Dat is het ook.”\r\n“Dan kun je vals spelen.”\r\n“Niet doen!”, schreeuwde Ralf. “Ze ziet alles! Daarom zitten wij drie nu ook hier!”\r\nVoor het eerst keek ik in het rond naar de ruimte waar ik was. Het was een soort gevangenis, zonder ramen, zonder stoel, bed of wc. Zes stenen muren, zonder iets.\r\n“Hoe kan ik jullie helpen als ik hier ook opgesloten zit.”\r\n“Je zit hier niet opgesloten”, zei Maria. “Je droomt, we hebben je droom gekaapt.”\r\n“Dus jij was het die ik hoorde voor ik wakker werd in de kinderkamer.”\r\n“Lag je in de kinderkamer?”\r\n“Ja, hoezo?”\r\n“Daar was Peter, onze zoon, voor we in deze gevangenis gestopt werden”, zei Ralf.\r\n“Wil je ons helpen alsjeblieft? We willen weer mens zijn, we willen onze zoon terug en we willen ons leven terug”, smeekte Maria.\r\n“Jullie zijn mensen?”\r\n“Ja, help ons!”, zei Sofia.\r\nDe gevangenis vervaagde terwijl de woorden van Sofia nog door mijn hoofd galmde.\r\n\r\nToen ik wakker werd lag ik op de achterbank van een auto. Achter het stuur zat een jong jongetje.\r\n“Peter?”, vroeg ik. Het jongetje gaf een harde ruk aan het stuur van de schrik, waardoor de auto hard rondjes begon te draaien door het zand.\r\n“Wie de fuck ben jij?”, vroeg het jongetje, toen de auto eindelijk tot stilstand gekomen was.\r\n“Ik ben Gerard. Ik ben net als jij ontvoert naar deze eeuwige leegte.”\r\n“Hoe weet je mijn naam?”\r\n“Ik heb net in mijn droom met je ouders en tante gesproken.”\r\n“Weet je waar ze zijn?”\r\n“In een soort gevangeniskubus. We kunnen ze schijnbaar redden door alle kubussen uit te spelen.”\r\n“Dan heb kom je op een gelukkig tijdstip binnen zetten.”\r\n“Wat dan?”\r\n“Na deze hoeven we er nog maar eentje! Die vorige heb ik allemaal al gedaan.”\r\n“Dan heb je bij deze laatste twee nog een hulpje.”\r\n“Nog eentje zul je bedoelen.”\r\nVoor de auto doemde een zelfde grote deur op als in de slaapkamer waar ik eerder was. Peter drukte het gaspedaal van de auto tot op de bodem in. Er klonk een luide knal en ik werd met kracht achterin de bank gedrukt. De rij met bomen langs de weg trokken als een vage veeg langs me heen. Weer klonk een luide knal. Het werd stil. Ik zag dat Peter wat tegen me probeerde te zeggen, maar zijn stem was verdwenen. De omgeving waar we net nog reden was verdwenen in het zwart. Ik keek door de achterruit van de auto en zag hoe we verder en verder van een kleine kubus weg zweefden. Nog voor ik kon ontdekken waar we heen zweefden, vulde de auto zich met een fel wit licht. Het licht werd feller en feller en langzaam maar zeker werd het zicht me ontnomen. Het licht werd zo fel dat ik uiteindelijk zelfs Peter niet meer kon zien. Weer een knal. Zou dit het einde zijn?\r\n\r\n“Gerard? Gerard! GERARD!”, riep Peter en schudde aan mijn schouder. Was ik nou alweer mijn bewustzijn kwijt geraakt?\r\n“Wat? Wat! WAAAAT!”, antwoordde ik.\r\n“Man, jij kunt ook nergens tegen.”\r\n“Hoezo? Wat is er gebeurt?”\r\n“We zijn in het laatste level.”\r\n“Waar zijn we?”\r\n“In het laatste level. Ben je serieus alles vergeten?”\r\n“Nee, ik bedoel waar speelt het zich af?”\r\n“Geen idee, we zitten in een gebouw.”\r\n“Laten we gaan spelen dan, ik wil inmiddels wel naar huis.”\r\nIk stond op en keek voor het eerst het gebouwtje rond waar we waren. De voordeur van het gebouwtje stond open. Naast de deur stond een kastje, waar een pistool op lag.\r\n“Wat is dit voor een spel?”, vroeg ik aan Peter, terwijl ik op het pistool wees.\r\n“Pff, dat pistooltje, je had er een paar levels terug bij moeten zijn. Dikke raketwerpers jongen!”\r\n“Serieus?!”\r\n“Yep, een geweldig gevecht tegen een grote groep robots.”\r\n“Damn, wat zal ons hier te wachten staan denk je?”\r\n“Geen idee, maar ik zou genoeg van die guns meenemen als ik jou was.”\r\n“Er ligt er maar eentje.”\r\n“Pak maar eens op, dan zie je vanzelf wat ik bedoel.”\r\nIk pakte het pistool en hield het in mijn hand. Er klonk een korte plop. Op de plek waar ik het pistool vandaan had gepakt, lag weer een nieuw pistool. Ik pakte het pistool op. Weer klonk de korte plop en verscheen er een nieuw pistool. Ik drukte de twee pistolen die ik in mijn handen had in mijn broekzakken en pakte weer het nieuwe pistool. Plop, weer verscheen er een nieuw pistool. Nadat ik mijn zakken gevuld had met pistolen en magazijnen deed Peter hetzelfde. Ik keek door de openstaande deur naar buiten. Zo ver als ik kon kijken stonden hoge, dikke bomen, dicht op elkaar. De grond was gevuld met dorre bladeren, mos en plukken gras. Er was geen weg, geen pad, geen parkeerplaats helemaal niks. Alleen maar bos.\r\n“Wat zie je?”, vroeg Peter.\r\n“Een bos”, antwoordde ik.\r\n“En verder?”\r\n“Niets, bomen, mos, bladeren, gras, bos.”\r\nPeter kwam naast me staan. Hij stak zijn hoofd naar buiten en luisterde.\r\n“Wat hoor je?”, vroeg ik na een tijdje.\r\n“Niets.”\r\n“Niets?”\r\n“Geen dier, geen wind, geen water, helemaal niets.”\r\n“Oké… Raar!”\r\n“Laten we gaan.”\r\nIk liep achter Peter aan naar buiten. We liepen een keer om het gebouw heen. Alle kanten, zo ver als dat we konden kijken, waren hetzelfde. Bomen, dorre bladeren, mos, gras, bos. Peter sloot zijn ogen en draaide zo hard als hij kon, op een been, om zijn eigen as. Toen hij uitgedraaid was strekte hij zijn linkerarm recht voor zich uit en opende zijn ogen.\r\n“Die kant op”, zei hij, zonder te twijfelen en liep in de richting waar hij heen wees.\r\n\r\n“Peter, weet je zeker dat we goed gaan?”, vroeg ik toen we na een uur lopen nog steeds in dezelfde omgeving liepen.\r\n“Ja”, antwoordde hij kort.\r\n“Hoe weet je dat zo zeker?”\r\n“Omdat.”\r\n“Omdat wat?”\r\n“Gewoon.”\r\n“Kom op Peter, hoe weet je zo zeker dat we deze kant op moeten?”\r\n“Niet, nou goed! Ik weet dat het niet uit maakt welke kant we op lopen gaan, we komen vanzelf in de shit en hoe meer shit we in komen, hoe dichter we bij de deur komen. Wees blij dat je die gun nog niet hebt hoeven gebruiken.”\r\n“Nou sorry hoor.”\r\n“Ja, dit is wat, je eerste level? Tweede als je die kinderkamer mee telt. Ik heb er al zevenendertig gehad ja. Ik heb alle soorten shit al mee gemaakt! Ik heb op ijsbergen gevochten, ben van kilometers hoge gebouwen gesprongen, heb leeuwen bestreden in onderzeeërs, heb door rottende mensen gezwommen, dit bos is het fucking beste wat me in de afgelopen vijftien jaar is overkomen.”\r\n“Zit je hier al vijftien jaar gevangen?”\r\n“Wauw! Goede conclusie… Lul!”\r\nIk besloot verder maar even mijn mond te houden. We liepen verder. Langs bomen die verdacht veel op elkaar leken, over stukken gras die verdacht veel op elkaar leken en langs plukken mos die verdacht veel op elkaar leken. We liepen en liepen tot Peter op eens stil bleef staan en zijn hoofd naar rechts draaide.\r\n“Wat is er?”, vroeg ik.\r\n“Sjjt! Hou je smoel!”, fluisterde Peter en drukte ruw zijn hand op mijn mond. “Luister…”\r\nIk spitste mijn oren en probeerde te horen wat Peter hoorde, maar hoorde niks.\r\n“Ik hoor niks”, mompelde ik door Peters hand.\r\n“Kom mee en wees stil.”\r\nPeter trok me mee in de richting waar volgens hem iets te horen was. Ik vroeg nog een paar keer wat hij hoorde, maar hij reageerde niet. Op eens hoorde ik ook een vaag geluid. Ik kon nog niet ontcijferen wat het precies was, maar het kwam uit de richting waar we op rende. Hoe dichterbij we kwamen, hoe duidelijker het geluid werd. Het was water. Een stroompje, of rivier. We kwamen dichter en dichter bij. Het moest echt een grote rivier zijn. We renden harder en harder. In de verte zagen we de rand van het bos, we gingen echt de goede kant op. Het geruis van het water werd luider en luider tot het al het andere geluid overstemde. Het laatste wat ik hoorde waren de woorden van Peter.\r\n“BLIJF RENNEN!”\r\n\r\nUit het niets was het oorverdovende geluid verdwenen. Het bos had plaats gemaakt voor een woestijnachtige omgeving. We stonden aan de rand van een klein meertje. De zon stond hoog in de lucht en brandde op onze gezichten.\r\n“Checkpoint een”, zei Peter.\r\n“Wat?”, vroeg ik en keek paniekerig in het rond.\r\n“Checkpoint een, pak je pistolen maar vast, en haal ze van safe af.”\r\n“Serieus?”\r\n“Ja, bloed serieus! Schiet op en ga met je rug tegen me aan staan. Schiet op alles wat beweegt.”\r\n“Op alles?”\r\n“Ja man, niet vragen doen! Op alles wat beweegt, al lijkt het op je meest dierbare vriend. Schieten, het is niet echt!”\r\nIk nam in elke hand een pistool, richtte ze naar voren en ging met mijn rug tegen Peters rug aan staan.\r\n“Oke, let’s go, ik loop vooruit, jij loopt achteruit en blijf met je rug tegen de mijne leunen”, zei Peter.\r\nIk durfde niets meer te vragen en deed braaf wat Peter me op droeg. We hadden nog maar een paar stappen gezet, of ik zag over de rand van de heuvel een persoon aankomen lopen.\r\n“Peter, er komt iemand aan van achteren”, zei ik.\r\n“Niet lullen maar schieten!”\r\n“Dude, hij is onbewapend en zwaait naar ons.”\r\n“Niks mee te maken! Schieten!”\r\n“Maar…”\r\nEr klonk een schot en ik zag de jongen voorover de heuvel af vallen. Peter had zich omgedraaid en de jongen neer geschoten. Van achter de heuvel klonk een luid, massaal geschreeuw.\r\n“Here we go!”, zei Peter en hij kwam naast me staan.\r\n“Oh shit!”\r\nOver de rand van de heuvel kwam een grote groep, gillende mensen aan rennen. Peter bedacht zich geen seconde en begon op de groep te schieten. Ik richtte een van de pistolen op de groep. Mijn hand trilde van de zenuwen. Naast me klonk het ene na het andere schot uit de pistolen van Peter. Ik moest. Ik legde mijn wijsvinger op de trekker. Het zweet droop uit alle poriën op mijn hand.\r\n“Kom op! Schieten! Ze komen dichterbij!”, schreeuwde Peter.\r\nIk kneep mijn ogen dicht en haalde de trekker over. Er volgde een luide knal en mijn hand vloog naar boven door de kracht van het schot. Het voelde goed, machtig. Tot ik mijn ogen opende en een meisje om zag vallen. Ik herkende haar ergens van. Alsof ik haar eerder gezien had. Ik had geen tijd om er langer over na te denken, want Peter bleef schreeuwen.\r\n“Schieten! Schieten! Schieten! Godverdomme schiet nou klootzak!”\r\n“Ik schiet al! Ik schiet al!”\r\nIk schoot het ene magazijn na het andere magazijn leeg. Peter knalde er naast me al net zo vrolijk op los. Na een kwartier schoot Peter de laatste die over de heuvel te voorschijn kwam neer. We stopte onze pistolen weg en ik keek naar de voet van de heuvel. Het meisje dat ik eerder neergeschoten had lag onder twee andere lichamen. Ik liep naar haar toe, terwijl ik probeerde te bedenken waarvan ik haar kende.\r\n“Ken je haar?”, vroeg Peter toen ik al een tijdje naast het lichaam stond.\r\n“Ja, maar ik kan me niet herinneren waarvan”, antwoordde ik.\r\n“Het kan iemand uit je hele leven zijn, iemand die je een keer gezien heb toen je baby was. Of iemand die je een keer in de file hebt gezien.”\r\n“Hoe dan?”\r\n“In je onderbewust zijn sla je ieder gezicht op dat je tegen komt. Dit spelletje baseert zich op je onderbewust zijn, je angsten, je geluk, alles wat je hebt meegemaakt, alles wat je gefantaseerd hebt.”\r\n“Ook wat ik gefantaseerd heb? Dan kan het nog gevaarlijk worden.”\r\n“Besef je nu wat ik de afgelopen vijftien jaar heb meegemaakt?”\r\n“Ik kan me er wat bij voorstellen.”\r\n“Doe niet! Alsjeblieft!”\r\n“Sorry!”\r\n“Kom we gaan die kant op.”\r\nPeter pakte zijn lege wapens op en stopte ze weer in zijn zakken. Ik volgde zijn voorbeeld. Toen ik de wapens in mijn zakken deed hoorde ik een zachte plop. De wapens waren weer gevuld.\r\n\r\nNa een uurtje lopen begon de grond onder onze voeten te trillen. Lange brede scheuren ontstonden in de droge grond. Langzaam maar zeker rezen er lange straten met kilometers hoge gebouwen uit de woestijn omhoog.\r\n“Checkpoint twee?”, vroeg ik aan Peter.\r\n“Goed geraden”, antwoordde hij.\r\n“Hoeveel van die checkpoints moeten we?”\r\n“Meestal drie, soms twee.”\r\n“Waar gaan we heen?”\r\n“Naar dat gebouw daar met die groene diamant erboven.”\r\n“Logisch.”\r\n“Het is niet zo makkelijk als het lijkt, blijf op letten, gun in je hand.”\r\nIk nam weer twee van mijn pistolen in mijn handen en we liepen de straat in. Ieder gebouw bekeek ik zorgvuldig zover als ik kon zien. Achter verschillende ramen vlogen grote, zwarte kraaien. Achter andere ramen liepen beren onrustig heen en weer. Achter weer andere ramen vlogen zwermen wespen. Na een tijdje kwamen we op een plein. In het midden van het plein stond een vrouw.\r\n“Gefeliciteerd Peter, je bent bij het einde”, zei de vrouw met een vriendelijke stem.\r\n“Waar zijn mijn ouders?”, vroeg Peter.\r\n“Je denkt toch niet dat het zo makkelijk is Peter?”\r\n“Je hebt me nu al vijftien jaar in je macht, ik heb alle levels uitgespeeld. Zo makkelijk was het allemaal niet.”\r\n“En toch word het nog moeilijker.”\r\nEr klonk een zachte plop en de pistolen en magazijnen verdwenen uit onze handen en zakken. Achter ons klonk het gerinkel van glas. De dieren die achter de ramen gevangen zaten braken los en kwamen op ons af.\r\n“Wat nu!”, riep Peter.\r\n“Kom mee, ik heb een plan”, zei ik.\r\nWe renden een stuk terug de straat in waar we net uit kwamen. Na twee gebouwen gingen we linksaf een steeg in.\r\n“Snel die container in!”, riep ik naar Peter, die meteen deed wat ik zei.\r\n“Wat doe je?”, vroeg hij terwijl ik door het afval aan het graven was.\r\n“Ik heb hier twee pistolen in gegooid voordat we bij het plein kwamen.”\r\n“Waarom?”\r\n“Omdat je zei dat ik op alles voorbereid moest zijn.”\r\nMet mijn handen tastte ik de bodem van de container af. Hebbes. Ik gaf een van de pistolen aan Peter. We sprongen de container uit en begonnen op de beesten te schieten.\r\n“VALSSPELERS!”, klonk de stem van de vrouw. Een luide knal volgde en alle beesten verdwenen. De vrouw kwam de steeg binnen lopen. Ik probeerde op haar te schieten, maar het pistool weigerde.\r\n“Jullie hebben vals gespeeld!”, zei ze op dreigende toon.\r\n“Ik heb vals gespeeld, Peter niet”, zei ik.\r\n“NIETS MEE TE MAKEN!” De vlammen spoten letterlijk uit haar ogen. “Deze level hoort zonder wapens gespeeld te worden!”\r\n“U speelt elke level met wapens.”\r\n“Ik heb het spel bedacht. Ik bepaal de regels.”\r\n“Om ze zelf te breken en ons te straffen als wij de regels een keer breken?”\r\n“Precies… En nu de straf!”\r\nZe klapte in haar handen. Een luide knal vulde mijn hoofd met pijn. Peter, de vrouw en de gebouwen om ons heen verdwenen. Ik kneep mijn ogen stevig dicht.\r\n\r\n“Thias!”, klonk een vrouwenstem vaag in de verte. “Thias!”, klonk het weer, maar nu dichterbij. “THIAS!”, schreeuwde de vrouwenstem in mijn oor. Ik schrok wakker en schoot overeind. Het lieve gezicht van mijn vriendin keek me bezorgd aan. Mijn rug en hoofd waren nat van het zweet. Mijn kussen was doorweekt. Ik keek om me heen en zag mijn eigen vertrouwde slaapkamer. Mijn vriendin had een glas water in haar hand en gaf het aan me.\r\n“Gaat het goed lieverd?”, vroeg ze met haar zachte stem.\r\n“Ik had nogal een levendige droom”, antwoordde ik nadat ik een paar slokken genomen had.\r\n“Dat was te merken. Je schopte en sloeg nogal wild om je heen en je maakte schiet geluiden.”\r\n“Sorry…”\r\n“Geeft niet, maar nu is het mijn beurt om te slapen goed”, zei ze lachend en gaf me een kus.\r\nIk stapte uit bed, liep naar de woonkamer en zette de TV aan. Op de zender speelde een film over ene Peter en Gerard, die in een groot meeslepend spel verwikkeld waren, om de ouders van Peter te bevrijden, uit de handen van een boze heks.

%d bloggers liken dit: