Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

Bollie Bollenpeller

Er was eens een jongetje, in een land hier heel ver vandaan. Zijn naam was Bollie Bollenpeller. Hij groeide op als enigst kind bij een zeer rijke familie. Zijn vader, was namelijk eigenaar van het grootste bollenpellersbedrijf van de hele wereld. Ze woonden dan ook op een groot landgoed, midden in het bos. Bollie had in het huis, naast een gigantische slaapkamer, een kamer voor al zijn speelgoed, een aparte kamer voor al zijn computerspellen en gameconsoles, een eigen badkamer met ligbad en zelfs een eigen butler. Alles wat Bollie maar wilde hebben kon hij krijgen. Hij hoefde het maar aan zijn vader te vragen en dan bestelde die het. Maar het enige wat Bollie echt wilde hebben was een puppy en die zou zijn vader nooit voor hem kopen, want zijn moeder was allergisch voor honden.\r\n\r\nElk jaar opnieuw vroeg hij voor zijn verjaardag een puppy.\r\n‘Heb je nou alweer een puppy gevraagd jongen’, vroeg Bollie’s vader, nadat hij het wensenlijstje weer doorgelezen had. ‘Elk jaar weer vraag je om een puppy, maar je moeder is allergisch, dus dat gaat niet.’\r\n‘En… toch… WIL IK HET!’, schreeuwde Bollie stampvoetend.\r\n‘En toch gebeurt het niet Bollie, hoe hard je ook schreeuwt. Later als je groot bent en op jezelf woont, dan kun je een puppy nemen.’\r\n‘Wat ben je toch een stomme vader!’, schreeuwde Bollie en liep stampvoetend het kantoortje van zijn vader uit.\r\n‘Ik mag ook nooit wat’, mompelde hij. ‘Ja later als ik groot ben en ik het allemaal zelf moet betalen.’\r\nHij liep naar zijn spelletjeskamer en pakte zijn tablet. Hij startte een spelletje op, waarbij je allemaal munten uit bomen moet plukken.\r\n‘Als er bij ons in het bos nou zo’n muntenboom stond, dan kon ik nu al mijn eigen huis kopen’, sprak Bollie hardop tegen zichzelf.\r\n‘Maar die staat er wel Bollie’, zei Roy de butler die net de kamer binnen kwam lopen.\r\n‘Echt waar? Waar dan?’, vroeg Bollie.\r\n‘Ik zal je zo een kaart komen brengen.’\r\n‘Nee nu!’\r\n‘Ik moet eerst hier stofzuigen.’\r\n‘Echt niet, ik ben de baas en jij moet nu voor mij die kaart halen.’\r\n‘Jouw vader is mijn baas, jij niet. Onthoudt dat goed jongeman’, zei Roy boos.\r\n‘Sorry Roy’, zei Bollie beteuterd.\r\n\r\nEen uur later was Roy eindelijk klaar met stofzuigen en kwam hij de kaart naar de muntenboom bij Bollie brengen.\r\n‘Zal ik maar met je mee gaan?’, vroeg Roy. ‘Straks verdwaal je nog.’\r\n‘Dat is goed’, antwoordde Bollie.\r\nZe liepen over de gang, naar de trap om naar beneden te gaan. Toen ze langs het kantoortje van Bollie’s vader liepen, kwam die net naar buiten.\r\n‘Zo, waar gaan jullie heen?’, vroeg Bollie’s vader.\r\n‘Ik ga naar de muntenboom hier in het bos en Roy moet mee omdat ik geen puppy heb die me de weg kan wijzen’, zei Bollie.\r\n‘En wat ga je dan met de muntenboom doen?’\r\n‘Leegplukken en een huis kopen natuurlijk. En dan kan ik eindelijk een puppy kopen en kom ik nooit meer thuis.’\r\n‘Zo, zo, grootse plannen hoor ik. Zeg en wie gaat er dan voor jou zorgen? En voor je puppy?’\r\n‘Roy zorgt voor mij en ik zorg voor de puppy.’\r\n‘En wat vindt Roy daarvan?’\r\n‘Die heeft er niets over te zeggen, die moet toch luisteren naar wat ik zeg.’\r\n‘Hee! Wat zei ik nou daarstraks? Jij bent niet mijn baas, maar je vader. Dus ik luister niet naar jou, maar naar je vader’, zei Roy.\r\n‘Oh ja, nou maar je wilt wel mee toch bij mij in een huis wonen. Dat doe je nu ook, alleen dan hoef je niet meer naar mijn vader te luisteren’, zei Bollie.\r\n‘Eh, veel plezier met jullie zoektocht, ik moet weer aan het werk’, zei Bollie’s vader en liep weer terug zijn kantoor in.\r\n‘Wil je niet meer zeggen? Ik kom nooit meer terug hoor!’, riep Bollie zijn vader na, maar die hoorde het al niet meer.\r\n\r\nSamen met Roy, liep Bollie het huis uit en naar de rand van het landgoed. Daar gingen ze het bos in. Het begon al een beetje te schemeren, dus Bollie bleef dicht bij Roy lopen.\r\n‘Zijn we er al bijna?’, vroeg Bollie toen ze net tien minuten onderweg waren.\r\n‘Nee, we moeten nog wel een stukje’, antwoordde Roy.\r\nZe liepen verder over het slingerende pad, steeds dieper het bos in. Het werd steeds donkerder om ze heen en Bollie begon inmiddels aardig bang te worden.\r\n‘Ze-ze-zijn we er al bijna?’, vroeg Bollie met bibberende stem.\r\n‘Nog een klein stukje’, zei Roy en pakte hem bij zijn hand vast.\r\n‘Ben je niet de weg kwijt? Het is zo donker.’\r\n‘Nee, ik weet het zeker Bollie, kom nou maar.’\r\nBollie bleef maar achter Roy aan lopen, want hij durfde niet alleen terug. Ze liepen nog een paar minuten door en kwamen toen bij een open plek in het bos.\r\n‘Ik zie de muntenboom niet’, zei Bollie, nadat hij de bomen rondom de open plek onderzocht had.\r\n‘Misschien ben ik dan toch verkeerd gelopen’, zei Roy.\r\n‘Ik dacht dat je de weg wist!’\r\n‘Die weet ik ook, maar normaal ga ik altijd in het licht.’\r\n‘Laten we maar terug gaan Roy, ik vind het hier eng.’\r\n‘Ik dacht dat je nooit meer naar huis wou.’\r\n‘Alleen als we de muntenboom vinden, anders heeft het geen zin.’\r\n‘Niet weer de weg kwijt raken hé!’\r\n‘Ik zal mijn best doen’, lachte Roy.\r\n\r\nBollie keek tijdens de terugreis steeds om zich heen, om te zien of hij een glimp van de muntenboom zou kunnen opvangen. Hij had niet door dat Roy een hele andere weg liep, als dat ze heen waren gelopen. Op eens stapte Roy van het pad af.\r\n‘Wat ga je doen?’, vroeg Bollie.\r\n‘Ik weet ineens weer waar de muntenboom staat’, antwoordde Roy. ‘Ga je mee?’\r\n‘Maar we mogen toch niet van het pad af?’\r\n‘Wil je nou naar die muntenboom of niet?’\r\n‘Ja!’\r\n‘Nou, kom op dan, achter me aan.’\r\nBollie stapte ook van het pad af en liep achter Roy aan, door de bossen heen. Bollie moest een paar keer bukken, omdat hij anders een tak in zijn gezicht zou krijgen. Ze liepen een paar meter door het bos, toen Bollie een goudgele gloed door de bomen zag schijnen.\r\n‘Kijk daar Roy! Daar moet hij staan! Dan kan ik toch nog mijn eigen huis kopen!’, riep Bollie blij.\r\n‘Goed gezien Bollie. Kom we gaan erheen’, zei Roy.\r\nZe kwamen steeds dichter en dichter bij de goudgele gloed. Ze moesten er nu echt bijna zijn. Bollie rende op de gloed af, op de voet gevolgd door Roy. Opeens hielden de bomen op en stonden weer op het landgoed van Bollie’s ouders.\r\n‘Hoe zijn we hier nou weer gekomen?’, vroeg Bollie.\r\n‘We zijn bij jou muntenboom’, zei Roy.\r\n‘Echt niet, dit is ons huis.’\r\n‘Dat klopt en dit huis is jouw muntenboom’, zei Roy en knielde naast Bollie op de grond. ‘Beter dan dit kun je het niet krijgen jochie. Je bent geboren in dit land, de kans dat je oorlog mee gaat maken is klein, je hoeft je nooit zorgen te maken over eten of drinken en je hebt de liefste ouders die ik ken. Je kunt alles krijgen wat je wil, je hebt heel veel vriendjes en vriendinnetjes en op school doe je het super goed. En dat wil je allemaal achter laten, omdat je geen puppy mag hebben? Ondanks dat je weet dat je moeder er heel erg ziek van wordt? Dat is niet goed Bollie. Wees blij met wat je hebt.’\r\n‘Je hebt gelijk. Ik zal zo meteen wel sorry gaan zeggen’, zei Bollie met betraande ogen.\r\n‘Nou laten we dan maar gauw weer naar binnen gaan. Kijken wat die lieve ouders van je besteld hebben voor vanavond’, zei Roy met een glimlach.\r\n\r\nZe liepen terug naar het huis en bij binnenkomst vloog Bollie zijn vader en moeder om de hals. Hij vertelde ze dat het hem speet dat hij weg wilde gaan en dat hij het jammer voor zijn moeder vond dat ze zo ziek werd van honden. En jawel, ze leefden nog lang en gelukkig!

%d bloggers liken dit: