Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

Verstopt

Afbeelding uit eigen archief

– Dit verhaal is niet perse schokkend –

Namen zijn gefingeerd

Verstopt

Het is zaterdag en over een paar uur komt mijn vader me ophalen voor het weekend. Ik heb geen zin. Dat had ik gisteren al tegen de leiding gezegd, maar ik mocht niet afzeggen. Vanochtend heb ik het ook nog een keer gezegd. Toch moet ik gaan. Met tegenzin heb ik een schone onderbroek, schone sokken en een schoon T-shirt in een tas gepropt. Om twaalf uur komt mijn vader me halen. Ik vraag aan de begeleider of ik nog even naar mijn hut in het bos mag. Het mag, als ik maar zorg dat ik op tijd terug ben.

Ik heb in het bos een hut gebouwd met Peter. Dat is mijn enige vriend. Hij is dertien en is een paar weken na mij op het internaat gekomen. In het begin hoopte ik dat de andere hem zouden gaan pesten in plaats van mij. Maar ik bleef natuurlijk de jongste en dus de zwakste en het makkelijkste object om op los te gaan. Algauw kwam Peter een paar keer voor me op. Of in ieder geval zorgde hij ervoor dat ik niet helemaal bont en blauw zou zijn. Hij kon ook weinig doen tegen de anderen. We bouwden een hut in het stuk bos achter onze woongroep. Goed verstopt zodat de andere hem niet zouden vinden en zouden slopen.

Ik loop naar de hut toe en kijk bij de aardappelplanten die we geplant hebben. Er is van gegeten door dieren. Ook een van de muren is aangevreten door dieren. Het moet gerepareerd worden, dus maai ik wat varens om en weef ze tussen de muur. Ik kijk op mijn horloge en zie dat mijn vader elk moment kan komen. Ik heb nog steeds geen zin. Twee hele dagen met die heks en mijn vader. Weer allemaal verhaaltjes aanhoren en ruzie maken met dat mens. Ondanks de pesterijen voel ik me beter in het internaat dan bij mijn vader. Maar goed ik moet van de begeleiding.

Onderweg naar de woongroep besluit ik voor om te lopen. Mijn fiets staat niet in de schuur. Die ben ik gisteren vergeten weg te zetten, maar nu komt het me goed uit. Ik pak mijn fiets en fiets weg van de woongroep, over het pad dat op het grasveld ligt naar het hoofdgebouw. Daarachter kan ik me wel verstoppen. Vanuit de woongroepen kun je het niet zien en er is niemand die daar gaat kijken. Ik ben nog maar net achter het hoofdgebouw, als ik over het paadje naar het internaat de auto van mijn vader aan zie komen. Hij heeft de heks ook mee genomen. Nu heb ik al helemaal geen zin meer.

Wachten is niet mijn sterkste punt. Dus ik besluit naast het hoofdgebouw te gaan staan. Vandaar zie ik mijn vader de woongroep binnen lopen. Ha! Ik ben er toch niet! Het is wel spannend om me te verstoppen, maar ik wil dan ook echt niet mee. Na ongeveer een kwartiertje komt mijn vader met de begeleider naar buiten. Ze lopen naar de achterkant, naar het bos. Ze zullen me wel aan het zoeken zijn. Na een tijdje komen ze terug en lopen ze een rondje langs het veld. Ik ga snel weer achter het gebouw staan, zodat ze me niet kunnen zien. Ik kijk een keer om het hoekje en zie ze halverwege het grasveld lopen.

Mijn vader en de begeleider praten nog wat bij de auto van mijn vader. Daarna stapt hij in en rijdt samen met de heks weer weg. Mooi, dan hoef ik in ieder geval niet mee. Ik wacht nog even tot ik denk dat ze Hollandsche Rading weer uit zijn. Dan fiets ik terug naar de woongroep. In de woonkamer staat de begeleider me al op te wachten. “Kun je geen klokkijken?”, vraagt hij aan me. Tuurlijk kan ik dat wel, maar nu even niet. “Ik zei toch dat ik niet mee ging!”, schreeuw ik naar de begeleider en nog voor hij me naar mijn kamer kan sturen sprint ik de trap op. Op mijn kamer doe ik de deur op slot en zet mijn muziek op de hardste stand.

Mijn deur vliegt open en de begeleider trekt de stekker van mijn radio uit het stopcontact. Even vergeten dat de begeleiding een loper heeft. Hij steekt een preek af over hoeveel benzine kost en dat mijn vader naar de bioscoop wilde en bla bla bla. Ik luister niet, maar knik braaf. Dan komt de straf, tuurlijk moet er gestraft worden. Ik moet het hele weekend op mijn kamer blijven, geen muziek en geen boeken. “Ga maar nadenken over hoeveel ellende je jouw vader bezorgd hebt door weg te lopen.”, stelt de begeleider. Ik was niet weg gelopen, ik was gewoon op het terrein, maar het kwade gezicht van de begeleider zegt me dat ik maar beter mijn mond kan houden. De begeleider neemt mijn radio mee en draait mijn deur weer op slot. Dat ging even anders dan gepland, maar goed, ik hoef in ieder geval niet naar mijn vader.

%d bloggers liken dit: