Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

Gebroken Dakpannen

Afbeelding van Gerard Stolk

– Dit verhaal kan als schokkend ervaren worden –

Namen zijn gefingeerd

 Gebroken Dakpannen

 

Het is een dag zoals velen. Ik ben natuurlijk al uren wakker. Ik ben altijd vroeg wakker. Toen ik nog bij mijn vader woonde, zat ik regelmatig om 6 uur ’s ochtends al fris en fruitig bij de oppas. Wat voor haar ook geen pretje was. Net je bed uit en dan al zo’n stuiterend, druk en luidruchtig jonk in je woonkamer. Terwijl haar gezin nog op bed lag. En ook daar dreef ik gewoon mijn zin door. Zoals ik al zei, ik ben niet per se het schoolvoorbeeld van een lief en leuk kind. Maar goed, daar gaat het niet over.

Ik ben zoals gewoonlijk rond een uur of 5 wakker. De eerste dagen dat ik op het internaat zat, was ik toen mijn bed uit gegaan, naar beneden gegaan en daar tv gaan kijken. De begeleiding vond dit echter geen strak plan, dus ik mocht voortaan niet voor 7 uur mijn kamer uit. Verder mocht ik tot 7 uur ook geen muziek aan hebben. Nou het mocht wel, maar de eerste keer dat ik dat deed om 5 uur werd mijn deur open getrapt door Jochem, die in de kamer naast mij sliep, en heb ik de klappen maar opgevangen die voor mijn radio bedoeld waren. Dus dat deed ik ook maar niet meer.

Het is eindelijk 7 uur en ik mag naar beneden. Het gebruikelijke gepest begint meteen. Ondanks dat ik als eerste beneden en in de keuken ben, word ik ruw aan de kant geduwd. Ik hoef pas om half 9 op school te zijn en Roel moet om 8 uur de deur uit. Hij gaat voor. En zo is de ochtend altijd. Ik ben als laatste aan de beurt en moet het doen met wat er nog over is. Ik mag overigens ook geen zoetigheid, dus veel keuze is er niet. Op school is het niet veel beter. Tussen de ruzies met mijn lerares en mijn klasgenoten door, weet ik dat ik nergens thuis hoor. Het liefst zou ik verdwijnen en nooit meer terugkomen. Maar goed, waar ga je heen met je tien jaar?

’s Middags als ik thuis kom uit school, moet ik nog een half uur wachten tot Peter er is. We gaan weer naar onze hut in het bos. In het bos vinden we een voetbal van de school op het terrein. Na overleg mogen we er mee spelen die middag, als hij vanavond maar weer terugkomt. Peter en ik spelen met de bal op het plein. Wie scoort is keep. Na een paar ballen gestopt te hebben, weet Peter te scoren en mag ik uit het doel. Inmiddels druppelen de anderen binnen na een dag op school. De meeste roken buiten een sigaretje en gaan daarna weer naar binnen. Maarten niet. Maarten wil met ons mee spelen. We willen het eigenlijk niet. Maar wat Maarten wil gebeurt. Zo werkt het nou eenmaal hier.

Maarten pakt de bal van me af en legt hem voor het doel. Hij neemt een aanloop en trapt lomp tegen de bal aan. De bal vliegt het dak van de school op. “Jammer dan”, zegt Maarten, gooit z’n sigaret van zich af en loopt naar binnen. Wat moeten we nu? Peter en ik zijn verantwoordelijk voor die bal. Ik stel voor om het dak op te klimmen en de bal eraf te halen. Zo gezegd zo gedaan. Peter maakt van zijn handen een opstapje en duwt me omhoog. Ik weet de rand van de overkapping bij de deur te bereiken en trek mezelf omhoog.

Nu ik op de overkapping sta, moet ik over het schuine dak naar de andere kant klimmen. Daar ligt de bal in de goot. Het engste moment is over de punt van het dak heen klimmen. Onder mijn voeten voel ik een paar dakpannen verschuiven. Eentje valt er naar beneden. Snel klim ik verder naar de andere kant en gooi de bal naar beneden. Peter is ook naar de andere kant gekomen. “Snel er komt leiding aan. Laat je over de rand hangen dan vang ik je wel op”, zegt hij. Het was al te laat. Rob een van de begeleiders staat al naast Peter. Als ik van het dak af ben moeten we allebei naar onze kamer.

’s Avonds mogen we ook niet aan de tafel mee eten. We krijgen eten op onze kamer en onze radio’s worden afgenomen. Na het eten moeten we ons melden op het kantoortje. We ontvangen een dikke preek over hoe gevaarlijk het is en hoeveel schade we aan het gebouw hebben aangebracht. Die drie verschoven dakpannen en die ene stuk gevallen dakpan. Ik kan het niet laten om te zeggen dat Maarten er ook bij was. Wat ik bij nader inzien beter niet had kunnen doen. Het werd me niet in dank afgenomen in ieder geval. Er volgde een straf.

Het internaat functioneerde deels als legerbasis en dat kwam in strafsituaties vaak handig uit. Zo ook deze keer. Peter, Maarten en ik worden samen met nog iemand en een begeleider in een legervoertuig gehesen. Er zit nog een groep van vier met een begeleider. Een militair komt bij de wagen staan en begint tegen ons te schreeuwen. Daarna krijgen we per groep een dakpan. Onze missie. De dakpan moet heel terugkomen. Daarna gaat de flap van de wagen naar beneden en wordt de wagen gestart.

Voor mijn gevoel uren later, stopt de wagen ergens in het bos. Wij moeten eruit. We krijgen een kompas en een richting die we op moeten lopen, daarna komen we bij een weg en moeten we zelf onze weg terugvinden. Daarna stapt de militair weer in en rijdt met de andere groep van ons weg. Onze begeleider geeft de dakpan aan Maarten. We moeten hem om beurten dragen. Na een tijdje dwars door het bos gelopen te hebben komen we inderdaad bij een weg uit. Ik herken de weg, het is dezelfde weg die we met de bus rijden als we naar gymnastiek gaan met school. We zijn dus in Maartensdijk, wat bijna 5 kilometer verderop ligt.

Onderweg is het redelijk rustig. Er is een begeleider bij, dus Maarten kan ook weinig doen. Maar hij is duidelijk geïrriteerd. Als we eindelijk terug zijn in Hollandsche Rading, lopen we dezelfde weg die ik afleg van school naar het internaat. Het is vrijdagavond en sommige van het internaat zijn onderweg naar het station. Zo ook iemand van de andere groep. Die zijn al een uur terug. Ik krijg de schuld van onze langzame tocht. Het boeit me niet, ik ben het gewend om de schuld te krijgen van alles. De jongen van de andere groep, maakt een praatje met onze begeleider. Daar had Maarten op gewacht en geeft me een stomp in mijn maag. Ik laat de dakpan vallen die in drie stukken breekt. De begeleider kijkt om en begint meteen boos tegen mij te praten. Ik kan niets terugzeggen. Ik ben allang blij dat ik nog lucht binnen krijg. Maarten mag van de begeleider mee met de andere jongen. Ze gaan uit in Hilversum en daarna naar zijn ouders.

De rest van de weg moet ik mijn best doen bij de groep te blijven. De begeleider is er klaar mee en heeft er stevig de pas in. Mijn maag doet nog steeds pijn en ik moet meteen op kantoor komen. Weer straf. Het bedrag van de dakpan die kapot was gegaan met het klimmen moest ik al betalen, maar nu moet ik deze ook betalen. Of ik moet ervoor werken. Ik kies voor het laatste en moet de volgende dag mee met een van de klusjesmannen. Wat overigens wel leuk was.

2 Comments

  1. Yvonne
    Yvonne 28 maart 2017

    als jouw leven zo was is het geen wonder dat je soms zo’n pestjochie en soms zo’n leuke knul was.
    Gelukkig ben je heel erg goed opgedroogd…

    • Thias
      Thias 28 maart 2017

      Dank je wel Yvonne!

Reacties zijn gesloten

%d bloggers liken dit: