Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

Blup & Gup

Afbeelding van Aquaforum

– Dit verhaal kan als schokkend ervaren worden –

Blup & Gup

Vanaf hier kan ik de chronologische volgorde niet meer garanderen. Sommige verhalen horen wel bij elkaar en daarvan weet ik dat ze bij elkaar horen, maar andere verhalen (zoals deze) kan ik je niet van vertellen wanneer het zich precies afspeelt. Op het internaat, dat weet ik wel. Op 23 mei 1998 kwam ik op het internaat terecht, nadat ik een paar weken ervoor al kennis had gemaakt met de woning en de omgeving. Van de eigenlijke verhuizing weet ik niet zoveel meer. Ik was allang blij dat ik mijn vissen mee mocht nemen. Op de crisisopvang had ik twee goudvissen gekregen. Blup en Gup heette ze. Ik moest ze zelf verzorgen, wat op je tiende een grote verantwoordelijkheid is.

Eenmaal op het internaat waren ze de enige met wie ik echt kon praten. Niet dat ze wat terug zouden zeggen, maar ik kon in ieder geval mijn verhalen bij ze kwijt. Bij de rest hoefde ik het niet te proberen. Ik was een jochie, tussen jongeren van vijftien tot eenentwintig jaar. Logischerwijs was ik dus het mikpunt van gepest en erger. Mijn vissen waren de enige die me geen pijn zouden doen. Ik verzorgde ze dan ook goed. Van mijn zakgeld dat ik wekelijks ontving kocht ik vissenvoer en om de zoveel tijd nieuwe plantjes. Elke week maakte ik de bak goed schoon, zorgde ervoor dat het grind mooi schoon was en dat de plantjes er weer goed bij stonden. Het was een afleiding van de dagelijkse shit.

Op een middag kom ik, veel te vroeg, terug van de basisschool in het gehucht. Ik smijt mijn fiets op de parkeerplaats en storm naar binnen. Een begeleidster ziet het gebeuren en neemt me mee naar de keuken voor een kopje thee. Ik ben op school weer eens gepest. “internaatsjochie” is het scheldwoord van de dag. Nadat ik degene die begon op de grond geduwd had en de inhoud van zijn laatje over hem gedumpt had, ben ik naar huis gestuurd. Ik hoef de rest van de week ook niet meer terug te komen. De begeleidster vindt de actie van de school terecht en ik moet voor straf de rest van de schooluren deze week op mijn kamer doorbrengen. Zonder muziek. Ik mag mijn kopje thee op drinken en moet daarna naar boven.

Eenmaal boven aangekomen zie ik dat mijn kamerdeur open staat. Iedereen heeft een slot op zijn kamer en een eigen sleutel, maar ik niet. Ik ben te jong en zou de sleutel kwijt kunnen raken. Ik vind het onzin. Ik heb mijn fietssleutel toch ook nog. Als ik mijn kamer binnen loop, sta ik tussen een enorme troep. Mijn kleren zijn uit mijn kasten gehaald. Mijn bed spullen liggen verspreid over de vloer. Mijn spullen slingeren tussen de vuile was en mijn aquarium ligt op de zijkant op de vloer. Blup & Gup zijn nergens te bekennen. Ik ren naar beneden waar ik meteen een snauw krijg van de begeleidster. “Ik had toch gezegd dat jij boven moest blijven?!”, roept ze vanuit de woonkamer. Zo goed en zo kwaad als het gaat vertel ik dat mijn kamer verwoest is en mijn vissen weg zijn. Ze loopt met me mee naar boven. Na het aanzicht van mijn kamer vindt ze dat ik eerst maar moet opruimen. Daarna kan ik naar mijn vissen zoeken.

Met tegenzin begin ik mijn kamer op te ruimen. Mijn kleding moet weer opgevouwen in de kast. Mijn radio haal ik onder het bed vandaan, hij is gelukkig nog heel. Mijn cassettebandjes zijn echter wel kapot. Net als een paar van mijn Cd’s. Ook wat andere kleine spullen hebben het niet overleefd. Terwijl de vloer steeds meer in zicht komt en de kamer er steeds meer uitziet zoals hij was. Ben ik nog steeds mijn vissen niet tegen gekomen. Tot ik wat spullen onder mijn bureau vandaan haal. Daar ligt een van de goudvissen. De ingewanden liggen naast het levenloze vissenlijfje. Iemand is erop gaan staan, overduidelijk. Ik begin te huilen en loop weer naar beneden. Inmiddels zijn er al een paar jongeren terug. Ze kijken me raar aan terwijl ik jankend naar de begeleidster loop. Tussen het gesnik door weet ik te vertellen dat een van mijn vissen doodgetrapt onder mijn bureau ligt.

Ik moet maar even op het kantoortje blijven zitten. De begeleidster loopt naar de groep toe, die thuis is en vraagt of iemand er wat vanaf weet. Ik hoor een zacht gegrinnik, maar verder niemand die toe gaat geven dat hij/zij dat heeft gedaan. De begeleidster komt terug en zegt dat ze niets voor me kan doen. Ze wil me wel helpen de rest op te ruimen. We spoelen samen de vis door en gaan verder met mijn kamer opruimen, maar vinden de andere vis niet.

Het is avond, ik moet om acht uur naar bed. Niet dat ik kan slapen. Een vis is dood en de andere is verdwenen, maar zal ook wel dood zijn. Ik loop de trap op naar mijn slaapkamer. Voor de deur van mijn kamer staan twee jongens. Ze zeggen dat ze het naar voor me vinden dat ik nog een vis kwijt ben. Misschien moet ik eens goed onder mijn bed kijken. Ik loop mijn slaapkamer in en kijk onder het bed. Daar ligt mijn andere vis. Ook dood, maar gelukkig niet plat gestampt. Ik begin weer te huilen en hoor de jongens lachen achter de deur.

Ik trek mijn deur open en probeer er eentje voor zijn muil te stompen. Geen handige actie. Nog voor ik mijn arm goed en wel gestrekt heb, knalt er een vuist tegen mijn hoofd. Daarna eentje in mijn maag. Daarna word ik door de twee jongens opgepakt en op mijn bed gegooid. Eentje knijpt mijn keel dicht terwijl de ander in mijn oor fluistert dat ik maar beter niet naar de begeleiding kan gaan. Anders zou er nog wel eens meer kapot kunnen gaan. Ik knik en de jongen die mijn keel dichtkneep laat weer los. Ik snak naar adem terwijl de jongens lachend mijn kamer verlaten. Ik doe de deur dicht en draai hem van binnen op slot. In mijn bed voel ik de hand van de jongen nog om mijn keel. Ik probeer het niet te voelen en aan leuke dingen te denken. Ik hoop dat deze nachtmerrie snel voorbij is.

%d bloggers liken dit: